Wetgeving Dagrijverlichting
Reglement nr. 48 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme voorschriften voor de goedkeuring van voertuigen wat de installatie van verlichtings- en lichtsignaalinrichtingen betreft:2.7.25. „dagrijlicht”: een licht dat voorwaarts gericht is en wordt gebruikt om het voertuig tijdens het rijden overdag beter zichtbaar te maken (1) (1) In de nationale voorschriften mag het gebruik van andere inrichtingen worden toegestaan om deze functie te realiseren. 5.15. De door de lichten uitgestraalde lichtkleuren zijn als volgt: dagrijlicht: wit 6.19. Dagrijlicht 6.19.1. Aanwezigheid Facultatief op motorvoertuigen. Verboden op aanhangwagens. 6.19.2. Aantal Twee. 6.19.3. Opstelling Geen bijzondere bepalingen. 6.19.4. Plaats 6.19.4.1. In de breedterichting: het punt van het zichtbare vlak in de richting van de referentieas dat het verst is verwijderd van het middenlangsvlak van het voertuig, mag zich niet verder dan 400 mm van het punt van de grootste breedte van het voertuig bevinden. De binnenranden van de zichtbare vlakken in de richting van de referentieas liggen ten minste 600 mm uit elkaar. Deze afstand mag tot 400 mm worden verminderd als de totale breedte van het voertuig minder dan 1 300 mm bedraagt. 6.19.4.2. In de hoogte: boven het wegdek, ten minste 250 mm en ten hoogste 1 500 mm. 6.19.4.3. In de lengte: aan de voorkant van het voertuig. Aan dit voorschrift wordt geacht te zijn voldaan wanneer het direct uitgestraalde of indirect via de achteruitkijkspiegels en/of ander weerkaatsende oppervlakken van het voertuig weerkaatste licht de bestuurder niet hindert. 6.19.5. Geometrische zichtbaarheid Horizontaal: 20° naar binnen en 20° naar buiten. Verticaal: 10° naar boven en 10° naar beneden. 6.19.6. Richting Naar voren. 6.19.7. Elektrische schakeling Eventueel geïnstalleerde dagrijlichten worden automatisch ingeschakeld wanneer de inrichting waarmee de motor wordt aangezet en/of afgezet zich in een zodanige stand bevindt dat de motor in werking kan zijn. De automatische inschakeling van dagrijlichten kan zonder gereedschap worden geactiveerd en gedeactiveerd. De dagrijlichten worden automatisch gedoofd wanneer de koplichten worden ontstoken, behalve wanneer deze laatste worden gebruikt om met korte tussenpozen onderbroken lichtsignalen te geven. 6.19.8. Verklikkerlicht Inschakelverklikkerlicht facultatief. 6.19.9. Overige voorschriften Geen. Bron: RDW
Hieronder zie je een afbeelding met wettelijke richtlijnen voor het plaatsen van dagrijverlichting.

Ga terug naar Led Dagrijverlichting pagina
Ga terug naar Auto Tuning Guide home
|